ECLI:NL:RVS:2025:4465
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 15 juni 2023 werd afgewezen. Hiertegen maakte appellant bezwaar, dat bij besluit van 11 maart 2024 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde appellant beroep in bij de rechtbank, die op 12 juni 2025 het beroep ongegrond verklaarde.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelt dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming, en verwijst naar een eerdere uitspraak van 4 september 2025 over het mvv-vereiste bij Turkse zelfstandigen.
Daarom leidt het hoger beroep niet tot vernietiging van het vonnis van de rechtbank. De Afdeling verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.