ECLI:NL:RVS:2025:4466
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 22 november 2023 de aanvraag van appellant voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. Appellant maakte bezwaar, dat bij besluit van 1 februari 2024 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde appellant beroep in bij de rechtbank, die op 12 juni 2025 het beroep ongegrond verklaarde.
Appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. De kwestie was reeds eerder door de Afdeling beantwoord, onder andere over het mvv-vereiste bij Turkse zelfstandigen.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer op 19 september 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt bevestigd.