ECLI:NL:RVS:2025:4467
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 11 december 2023 de aanvraag van appellant voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. Appellant maakte bezwaar, dat op 30 januari 2024 ongegrond werd verklaard. Vervolgens verklaarde de rechtbank op 12 juni 2025 het beroep van appellant eveneens ongegrond.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming. De Afdeling verwees naar een eerdere uitspraak van 4 september 2025 waarin een vergelijkbare rechtsvraag was beantwoord.
De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Raad van State op 19 september 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt bevestigd.