ECLI:NL:RVS:2025:4470
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf in hoger beroep
Appellanten hebben bij besluit van 22 december 2022 een machtiging tot voorlopig verblijf aangevraagd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. Hiertegen maakten zij bezwaar dat op 14 mei 2024 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde appellanten beroep in bij de rechtbank, die op 21 januari 2025 het beroep ongegrond verklaarde.
Appellanten gingen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft de motivering van de rechtbank overgenomen en oordeelt dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevat die beantwoording behoeven in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming.
Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door een enkelvoudige kamer op 19 september 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.