ECLI:NL:RVS:2025:4479
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vernietiging termijnbesluit machtiging voorlopig verblijf en vaststelling nieuwe termijn
Appellanten hebben hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag waarin een beslistermijn van 90 dagen werd opgelegd aan de minister van Asiel en Migratie voor het nemen van een besluit op hun aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat deze termijn in strijd is met artikel 8:55d van de Algemene wet bestuursrecht en het recht op tijdige beslissing zoals bedoeld in artikel 5, vierde lid, van de Gezinsherenigingsrichtlijn. Daarom vernietigt de Afdeling de uitspraak van de rechtbank voor zover deze de minister verplichtte om vóór 1 maart 2025 een besluit te nemen.
In plaats daarvan stelt de Afdeling een nieuwe termijn vast, variërend van vier tot twintig weken, afhankelijk van of de minister gelegenheid tot herstel van verzuimen en/of nader onderzoek aanbiedt. Tevens veroordeelt de Afdeling de minister tot vergoeding van de proceskosten van appellanten, vastgesteld op €907,00.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt de eerdere termijn en stelt een nieuwe termijn vast voor besluitvorming over de machtiging tot voorlopig verblijf.