ECLI:NL:RVS:2025:4361
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- C.C.W. Lange
- M. Soffers
- Rechtspraak.nl
Vaststelling redelijke beslistermijn bij niet tijdig besluit mvv-aanvraag in hoger beroep
Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor nareis. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en bepaalde een beslistermijn van 90 dagen vanaf het moment dat de minister de aanvraag volgens het fifo-principe inhoudelijk in behandeling zou nemen, met een dwangsom bij overschrijding.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overweegt dat de rechtbank ten onrechte het fifo-principe als uitgangspunt voor de beslistermijn heeft genomen. Dit principe maakt de termijn afhankelijk van een ministeriële inschatting, waardoor effectieve rechtsbescherming ontbreekt en het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit zijn doel mist.
De Afdeling bevestigt dat het kader van beslistermijnen uit eerdere uitspraken van 3 juli 2024 nog steeds geldt, maar dat de rechter in individuele gevallen een afwijkende termijn kan bepalen. In dit geval vernietigt de Afdeling de uitspraak van de rechtbank voor zover deze de termijn tot 30 juni 2025 bepaalde en stelt zij een kortere termijn vast van vier tot twintig weken, afhankelijk van de omstandigheden zoals herstel van verzuimen en nader onderzoek.
Daarnaast veroordeelt de Afdeling de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellanten. Hiermee wordt beoogd een evenwichtige afweging tussen snelheid en zorgvuldigheid te waarborgen bij de behandeling van mvv-aanvragen.
Uitkomst: De Afdeling vernietigt de beslistermijn van 90 dagen en stelt een kortere termijn van vier tot twintig weken afhankelijk van omstandigheden vast.