ECLI:NL:RVS:2025:4483
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 18 juli 2023 de aanvraag van appellant voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. Hiertegen maakte appellant bezwaar, dat op 5 december 2023 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde appellant beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 18 juni 2025 het beroep ongegrond verklaarde. Appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming. De zaak betreft een reeds eerder door de Afdeling beantwoorde rechtsvraag over het mvv-vereiste bij Turkse zelfstandigen. Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 24 september 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt bevestigd.