ECLI:NL:RVS:2025:449
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na hoger beroep en voorlopige voorziening
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 28 maart 2024 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 7 januari 2025 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening behandeld. De Afdeling overneemt de motivering van de rechtbank en oordeelt dat het hoger beroep geen gronden bevat die aanleiding geven tot vernietiging van het vonnis. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het hoger beroep ongegrond is.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt daarmee het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.J.W.P. van Gastel op 5 februari 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen en het vonnis van de rechtbank wordt bevestigd.