ECLI:NL:RBDHA:2025:240
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende gegronde vrees voor vervolging op basis van etniciteit
Eiser, van Somalische nationaliteit, diende op 24 december 2022 een asielaanvraag in. De minister wees deze op 28 maart 2024 af in de verlengde procedure. Eiser voert aan dat hij vanwege zijn clan en etniciteit risico loopt op vervolging en ernstige schade, mede door een gewelddadig incident waarbij zijn vader en zus werden gedood.
De rechtbank stelt vast dat de afkomst van eiser niet in geschil is, maar dat onvoldoende is aangetoond dat hij op grond van zijn etniciteit een gegronde vrees heeft voor vervolging of ernstige schade. De minister erkent dat het incident heeft plaatsgevonden, maar acht het risico op herhaling niet aannemelijk, mede gezien het tijdsverloop van vijftien jaar en het ontbreken van aanwijzingen dat de dader nog actief naar eiser zoekt.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht heeft geoordeeld dat eiser niet tot een kwetsbare minderheidsgroep behoort die systematisch wordt vervolgd. Het feit dat eiser toegang had tot onderwijs en medische zorg ondersteunt dit. Het beroep op het voordeel van de twijfel faalt omdat het relaas door de minister als geloofwaardig is beoordeeld. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.