ECLI:NL:RVS:2025:4516
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.M. Wissels
- B.P. Vermeulen
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke toetsing van plagiaatbeslissing examencommissie Hogeschool Amsterdam
Appellante, student in het laatste jaar van de opleiding tot leraar voortgezet onderwijs, werd door de examencommissie van de Hogeschool Amsterdam beschuldigd van plagiaat in een ingeleverde beroepsopdracht. Na een melding van fraude in maart 2024 stelde de examencommissie vast dat sprake was van plagiaat en fraude, verklaarde het werk ongeldig en legde sancties op, waaronder uitsluiting van een tweede toetsgelegenheid.
Het College van Beroep voor de Examens (CBE) vernietigde in juni 2024 de eerste beslissing wegens procedurele tekortkomingen, waarna de examencommissie in november en december 2024 nieuwe beslissingen nam met dezelfde inhoud, maar met een extra herkansingsmogelijkheid voor appellante. Het CBE verklaarde het administratief beroep tegen de latere beslissing ongegrond.
Appellante voerde onder meer aan dat zij geen plagiaat had gepleegd omdat zij verwees naar bronnen en dat de procedure niet zorgvuldig was. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de examencommissie en het CBE terecht concludeerden dat sprake was van plagiaat, dat de procedure zorgvuldig was verlopen en dat de sancties proportioneel waren. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de plagiaatbeslissing wordt ongegrond verklaard en de sancties worden bevestigd.