ECLI:NL:RVS:2025:4535
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en wijziging CO2-uitstoot voertuig bij RDW en gevolgen voor bpm-heffing
De Dienst Wegverkeer (RDW) weigerde het verzoek van [wederpartij] om de geregistreerde CO2-uitstoot van zijn voertuig in het kentekenregister te wijzigen van 297 gr/km naar 243 gr/km, zoals vermeld in het door de fabrikant afgegeven certificaat van overeenstemming (CVO). De RDW had bij de herregistratie de Scandinavische rekenmethode toegepast omdat het Zwitserse kentekenbewijs geen CO2-waarde vermeldde en geen Europese typegoedkeuring bekend was.
De rechtbank Rotterdam oordeelde dat de RDW het CVO moest overnemen en vernietigde het besluit van de RDW. De RDW ging in hoger beroep en stelde dat zij het voertuig opnieuw moest keuren om te controleren of het nog overeenkomt met het CVO, mede vanwege het tijdsverloop sinds de herregistratie.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat het CVO het brondocument is voor de CO2-uitstoot en dat de RDW in beginsel daaraan moet vasthouden. De RDW heeft onvoldoende gemotiveerd waarom het voertuig opnieuw fysiek bekeken moet worden. Het beroep van de RDW faalt en het besluit van 29 januari 2024 wordt vernietigd. De RDW moet een nieuw besluit nemen waarin de CO2-uitstoot wordt vastgesteld op 243 gr/km zoals in het CVO staat vermeld.
Uitkomst: De RDW moet de CO2-uitstoot vaststellen op 243 gr/km zoals vermeld in het certificaat van overeenstemming en het besluit van 29 januari 2024 wordt vernietigd.