ECLI:NL:RVS:2025:4547
Raad van State
- Hoger beroep
- E.J. Daalder
- B. Meijer
- N.H. van den Biggelaar
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij toekenning punten visserijinbreuk
Appellant werd door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit beboet met in totaal veertien punten wegens het vissen zonder geldige vergunning op 17, 18 en 28 mei 2021. Deze punten werden toegekend zowel aan appellant als kapitein van het vaartuig als houder van de visvergunning. Na bezwaar en beroep verklaarden de bestuursrechter en de Afdeling bestuursrechtspraak het beroep ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij wel degelijk belang had bij de beoordeling van het geschil, onder meer omdat de punten in de toekomst nadelig zouden kunnen zijn bij saneringsregelingen of subsidies. De staatssecretaris stelde echter dat de punten na drie jaar waren geschrapt, waardoor appellant geen actueel belang meer had.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de geschrapte punten nog nadelige gevolgen zouden hebben. Ook het aangevoerde voorbeeld van een andere visser werd niet met stukken onderbouwd. De verwijzing naar een termijn van vijf jaar in een Europese verordening was niet relevant voor de beoordeling van het procesbelang.
Daarom verklaarde de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees de vordering af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.