ECLI:NL:RVS:2025:4600
Raad van State
- Hoger beroep
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Vernietiging termijnbesluit machtiging voorlopig verblijf en vaststelling nieuwe beslistermijn
Appellanten hebben hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank die de minister een termijn van 30 november 2025 oplegde om een besluit te nemen op hun aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf.
De rechtbank had het beroep gegrond verklaard vanwege het niet tijdig nemen van een besluit en een termijn van 90 dagen vanaf inhoudelijke behandeling vastgesteld. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat deze termijn niet in overeenstemming is met artikel 8:55d van de Awb en de Gezinsherenigingsrichtlijn, en vernietigt daarom de uitspraak voor zover deze de termijn bepaalt.
De Afdeling vervangt de termijn door een nieuwe regeling met variabele termijnen afhankelijk van of de minister herstel van verzuimen aanbiedt en/of nader onderzoek verricht, variërend van vier tot twintig weken na verzending van de uitspraak van de rechtbank.
Daarnaast veroordeelt de Afdeling de minister tot vergoeding van de proceskosten van appellanten, vastgesteld op €907,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 29 september 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, de termijnopdracht van de rechtbank vernietigd en nieuwe beslistermijnen vastgesteld.