ECLI:NL:RVS:2025:4609
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging termijnbesluit machtiging voorlopig verblijf en vaststelling nieuwe termijnen
Appellant stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en stelde een beslistermijn van 90 dagen vast, waartegen appellant hoger beroep instelde.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de door de rechtbank opgelegde termijn in strijd is met artikel 8:55d van de Algemene wet bestuursrecht en niet voldoet aan de rechtsbescherming zoals bedoeld in artikel 5, vierde lid, van de Gezinsherenigingsrichtlijn. Daarom vernietigt de Afdeling het oordeel van de rechtbank over de termijn.
In plaats daarvan stelt de Afdeling nieuwe termijnen vast afhankelijk van de omstandigheden: vier weken na verzending van de uitspraak, acht weken bij herstel van verzuimen, zestien weken bij nader onderzoek, en twintig weken bij combinatie van beide. Tevens veroordeelt zij de minister tot vergoeding van de proceskosten van € 907,00.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 30 september 2025.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt de termijnstelling van de rechtbank en stelt nieuwe termijnen vast voor het nemen van het besluit.