ECLI:NL:RVS:2025:461
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek opheffing ongewenstverklaring vreemdeling
De vreemdeling heeft bij besluit van 23 februari 2023 verzocht om opheffing van zijn ongewenstverklaring, hetgeen door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. Hiertegen maakte de vreemdeling bezwaar, dat bij besluit van 29 augustus 2023 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 13 september 2024 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelt dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming beantwoord moeten worden. De Afdeling verwijst naar een eerdere uitspraak van 17 juli 2024 waarin een vergelijkbare rechtsvraag is beantwoord.
Daarom leidt het hoger beroep niet tot vernietiging van het vonnis van de rechtbank en wordt het beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.