ECLI:NL:RVS:2025:4710
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging termijnbesluit machtiging voorlopig verblijf wegens strijd met Awb en Gezinsherenigingsrichtlijn
Appellanten hebben hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag waarin een beslistermijn van 90 dagen werd opgelegd aan de minister van Asiel en Migratie voor het nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat deze termijn in strijd is met artikel 8:55d van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en niet voldoet aan de vereisten van artikel 5, vierde lid, van de Gezinsherenigingsrichtlijn. Daarom vernietigt de Afdeling de uitspraak van de rechtbank voor zover deze de minister opdroeg om voor 30 januari 2026 een besluit te nemen.
In plaats daarvan stelt de Afdeling nieuwe termijnen vast die variëren van vier tot twintig weken, afhankelijk van of de minister gelegenheid tot herstel van verzuimen en/of nader onderzoek aanbiedt. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt de opgelegde beslistermijn en stelt nieuwe termijnen vast voor het nemen van een besluit op de aanvraag machtiging voorlopig verblijf.