ECLI:NL:RVS:2025:4711
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Wissels
- J. Schipper-Spanninga
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na onvoldoende medische onderbouwing
Appellant had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie op 21 november 2024 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond op 22 mei 2025. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of de door appellant overgelegde medische rapporten van haar GZ-psycholoog en psychiater voldoende inzichtelijk maakten dat haar psychische problematiek, waaronder PTSS en een angststoornis, haar vermogen om coherent en consistent te verklaren tijdens de asielprocedure had beïnvloed. De rechtbank stelde dat deze rapporten niet voldoende toegespitst waren op haar individuele verklaringsvermogen en verwees naar eerdere jurisprudentie.
De Afdeling onderschreef het oordeel van de rechtbank en stelde dat het niet noodzakelijk is dat in de rapporten exact wordt aangegeven waar en hoe de klachten tot uiting kwamen tijdens de gehoren, maar wel dat inzichtelijk wordt gemaakt waarom en in hoeverre deze klachten het verklaringsvermogen hebben beïnvloed. Dit ontbrak in de rapporten, waardoor de grief faalde.
Een tweede grief van appellant werd niet inhoudelijk behandeld omdat deze geen vragen bevatte die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel bevestigd.