ECLI:NL:RVS:2025:4717
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd
Appellant heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluit van 27 augustus 2024 is afgewezen. Hiertegen is bezwaar gemaakt dat op 17 maart 2025 door de minister ongegrond is verklaard. Vervolgens heeft de rechtbank bij uitspraak van 24 juni 2025 het beroep van appellant ongegrond verklaard.
Appellant heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De griffier heeft appellant meerdere malen gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht, met een uiterste betaaldatum van 22 augustus 2025. Appellant heeft het griffierecht niet betaald en heeft ook geen redenen aangevoerd om het niet betalen te rechtvaardigen.
Daarom is het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 2 oktober 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.