ECLI:NL:RVS:2025:4727

Raad van State

Datum uitspraak
6 oktober 2025
Publicatiedatum
2 oktober 2025
Zaaknummer
BRS.25.001296
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83, derde lid Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel

Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de minister op 19 juni 2025 niet in behandeling is genomen. Verzoeker stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank, die op 9 september 2025 het beroep ongegrond verklaarde. Verzoeker ging hiertegen in hoger beroep en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen en opvang en verstrekkingen te verkrijgen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek beoordeeld en geoordeeld dat op basis van het voorlopig oordeel het niet aannemelijk is dat de uitspraak van de rechtbank zal worden vernietigd. Daarbij zijn de belangen van zowel de minister als verzoeker afgewogen. Gezien deze belangen en het ontbreken van voldoende gronden voor een voorlopige voorziening, is het verzoek afgewezen.

De voorzieningenrechter heeft tevens bepaald dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak is gedaan op 6 oktober 2025 in het openbaar door mr. M.C. Stoové, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van griffier S. van Dijk.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen; uitzetting mag plaatsvinden en er is geen recht op opvang of verstrekkingen.

Uitspraak

BRS.25.001296
Datum uitspraak: 6 oktober 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[verzoeker],
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 9 september 2025 in zaak nr. NL25.27258 in het geding tussen:
[verzoeker]
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 19 juni 2025 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 9 september 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De minister heeft een nader stuk ingediend.
Overwegingen
1.        Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat hij niet wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en dat hij opvang en verstrekkingen krijgt.
2.        Gelet op wat is aangevoerd, is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet aannemelijk dat de uitspraak van de rechtbank zal worden vernietigd. Gelet op de belangen die de minister en verzoeker naar voren hebben gebracht, treft de voorzieningenrechter geen voorlopige voorziening.
3.        Het verzoek wordt afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. M.C. Stoové, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van S. van Dijk LLM, griffier.
w.g. Stoové
voorzieningenrechter
w.g. Van Dijk
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 6 oktober 2025
967