ECLI:NL:RVS:2025:4727
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de minister op 19 juni 2025 niet in behandeling is genomen. Verzoeker stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank, die op 9 september 2025 het beroep ongegrond verklaarde. Verzoeker ging hiertegen in hoger beroep en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen en opvang en verstrekkingen te verkrijgen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek beoordeeld en geoordeeld dat op basis van het voorlopig oordeel het niet aannemelijk is dat de uitspraak van de rechtbank zal worden vernietigd. Daarbij zijn de belangen van zowel de minister als verzoeker afgewogen. Gezien deze belangen en het ontbreken van voldoende gronden voor een voorlopige voorziening, is het verzoek afgewezen.
De voorzieningenrechter heeft tevens bepaald dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak is gedaan op 6 oktober 2025 in het openbaar door mr. M.C. Stoové, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van griffier S. van Dijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen; uitzetting mag plaatsvinden en er is geen recht op opvang of verstrekkingen.