ECLI:NL:RVS:2025:4731
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet tijdig besluit op aanvraag machtiging voorlopig verblijf
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en stelde een beslistermijn van 90 dagen vast, gerekend vanaf het moment dat de minister de aanvraag inhoudelijk in behandeling neemt.
In hoger beroep klaagt appellant terecht dat deze beslistermijn in strijd is met artikel 8:55d van de Algemene wet bestuursrecht en niet voldoet aan de rechtsbescherming zoals bedoeld in artikel 5, vierde lid, van de Gezinsherenigingsrichtlijn. De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank voor zover het een vaste beslistermijn oplegt.
De Afdeling vervangt de termijn door een flexibele regeling: vier weken na verzending van de uitspraak van de rechtbank, acht weken indien de minister gelegenheid tot herstel van verzuimen biedt, zestien weken bij nader onderzoek en twintig weken indien beide van toepassing zijn. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Hoger beroep gegrond verklaard en vaste beslistermijn vervangen door flexibele termijnen voor besluitvorming.