ECLI:NL:RVS:2025:4736
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking verblijfsvergunning asiel en afwijzing herhaalde aanvraag
Appellant kreeg in 2013 zijn verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ingetrokken door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. In 2015 werd een herhaalde aanvraag voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd afgewezen. Een verzoek om bestuurlijke heroverweging in 2021 en bezwaar in 2023 werden eveneens ongegrond verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten in januari 2024 ongegrond. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat het hoger beroep geen gronden bevat die beantwoording behoeven in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Daarom bevestigt zij de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.