ECLI:NL:RVS:2025:475
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen opheffing vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
De minister van Asiel en Migratie legde op 25 januari 2025 een vrijheidsontnemende maatregel op aan een vreemdeling. De rechtbank Den Haag verklaarde op 5 februari 2025 het beroep van de vreemdeling gegrond, oordeelde dat de maatregel onrechtmatig was vanwege omstandigheden in het Justitieel Complex Schiphol en beval de opheffing van de maatregel met ingang van die datum, inclusief toekenning van schadevergoeding.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen, zodat de uitspraak van de rechtbank niet uitgevoerd hoeft te worden totdat het hoger beroep is beslist. De minister beriep zich op het grensbewakingsbelang, dat volgens hem geschaad zou worden als de maatregel wordt opgeheven.
De voorzieningenrechter overwoog dat het JCS een gespecialiseerde bewaringsaccommodatie is conform artikel 10, eerste lid, van de Opvangrichtlijn. Tevens werd geoordeeld dat het grensbewakingsbelang zwaarder weegt dan de voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregel voor de vreemdeling. Daarom werd de voorlopige voorziening toegekend, waardoor de maatregel gehandhaafd blijft totdat het hoger beroep is afgerond.
De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter H.G. Sevenster op 6 februari 2025.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen waardoor de vrijheidsontnemende maatregel gehandhaafd blijft totdat het hoger beroep is beslist.