ECLI:NL:RVS:2025:4752
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet tijdig besluit machtiging voorlopig verblijf
Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf. De rechtbank had het beroep gegrond verklaard en de minister opgedragen binnen 30 november 2025 een besluit te nemen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte een beslistermijn van 90 dagen hanteerde, omdat deze niet voldoet aan de strekking van artikel 8:55d Awb en het recht volgens de Gezinsherenigingsrichtlijn onvoldoende beschermt.
Daarom vernietigt de Afdeling het vonnis voor zover het de termijn van 30 november 2025 oplegt en vervangt deze door een flexibele termijn die varieert van vier tot twintig weken, afhankelijk van of de minister herstel van verzuimen en/of nader onderzoek aanbiedt. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €907.
Uitkomst: Hoger beroep gegrond verklaard en nieuwe flexibele beslistermijn vastgesteld, minister veroordeeld tot proceskostenvergoeding.