ECLI:NL:RVS:2025:4755
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid asielaanvraag minderjarige met internationale bescherming in Roemenië
Appellant, een minderjarige Somalische nationaliteit, diende een asielaanvraag in Nederland in nadat zij internationale bescherming genoot in Roemenië. De minister verklaarde haar aanvraag niet-ontvankelijk, omdat het redelijk zou zijn om naar Roemenië terug te keren. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep klaagt appellant dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom terugkeer naar Roemenië redelijk is, terwijl appellant inmiddels als alleenstaande minderjarige in Nederland geworteld is geraakt door haar verblijf, schoolgang en verzorging. De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt dat de minister bij de besluitvorming onvoldoende rekening heeft gehouden met de lange duur van de procedure en de vormende fase waarin appellant zich bevond.
De Afdeling vernietigt daarom het besluit van 31 januari 2025 en de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep gegrond en bepaalt dat de minister een nieuw besluit moet nemen. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit van de minister wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuw besluit.