ECLI:NL:RVS:2025:476
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen opheffing vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
De minister van Asiel en Migratie legde op 23 januari 2025 een vrijheidsontnemende maatregel op aan een vreemdeling. De rechtbank Den Haag verklaarde op 6 februari 2025 het beroep van de vreemdeling gegrond, oordeelde dat de maatregel onrechtmatig was vanwege de omstandigheden in het Justitieel Complex Schiphol (JCS) en beval opheffing van de maatregel met schadevergoeding.
De minister stelde hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen zodat de uitspraak van de rechtbank niet direct uitgevoerd hoeft te worden. De voorzieningenrechter overwoog dat het JCS een gespecialiseerde bewaringsaccommodatie is volgens de Opvangrichtlijn en dat het grensbewakingsbelang van de minister zwaarder weegt dan de belangen van de vreemdeling bij voortzetting van de maatregel.
De voorzieningenrechter besloot daarom de voorlopige voorziening toe te wijzen, waardoor de vrijheidsontnemende maatregel gehandhaafd blijft totdat de Afdeling bestuursrechtspraak op het hoger beroep heeft beslist. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De vrijheidsontnemende maatregel blijft gehandhaafd totdat het hoger beroep is beslist.