ECLI:NL:RVS:2025:4769

Raad van State

Datum uitspraak
8 oktober 2025
Publicatiedatum
6 oktober 2025
Zaaknummer
BRS.25.000980
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 91 Vw 2000
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vernietiging besluit afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel

Bij besluit van 19 november 2024 wees de minister van Asiel en Migratie de aanvraag van betrokkene om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd opnieuw af. Betrokkene, mede namens haar minderjarige kind, stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de uitspraak.

De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep ongegrond is omdat het hogerberoepschrift geen nieuwe relevante vragen bevat die beantwoord moeten worden voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Het motiverings- en zorgvuldigheidsgebrek dat de rechtbank constateerde kan eenvoudig worden hersteld.

De Raad van State bevestigt daarmee het vonnis van de rechtbank en veroordeelt de minister tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene, die verband houden met de behandeling van het hoger beroep. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer op 8 oktober 2025.

Uitkomst: De Raad van State bevestigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de minister ongegrond.

Uitspraak

BRS.25.000980
Datum uitspraak: 8 oktober 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
de minister van Asiel en Migratie,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 16 juli 2025 in zaak nr. NL24.50293 in het geding tussen:
[betrokkene], mede voor haar minderjarige kind,
en
de minister.
Procesverloop
Bij besluit van 19 november 2024 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.
Bij uitspraak van 16 juli 2025 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak.
Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld.
Betrokkene, vertegenwoordigd door mr. W.P.R. Peeters, advocaat in Rijsbergen, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Overwegingen
1.        Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
1.1.        De rechtbank heeft namelijk een zorgvuldigheids- of motiveringsgebrek geconstateerd. De minister komt daartegen in hoger beroep op terwijl dat gebrek zich (los van de vraag wat de uitkomst van de nieuwe besluitvorming moet zijn) eenvoudig laat herstellen.
2.        Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        bevestigt de aangevallen uitspraak;
II.        veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 907,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. C.M. Wissels, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van N. Capel LLM, griffier.
w.g. Wissels
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Capel
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 8 oktober 2025
1024