ECLI:NL:RVS:2025:4798
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens onjuiste beslistermijn bij aanvraag machtiging voorlopig verblijf
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en stelde een beslistermijn van 90 dagen vast, te rekenen vanaf het moment dat de minister de aanvraag inhoudelijk in behandeling neemt volgens het 'first in, first out'-principe.
Appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de door de rechtbank opgelegde beslistermijn in strijd is met de strekking van artikel 8:55d van de Algemene wet bestuursrecht en niet voldoet aan de rechtsbescherming van artikel 5, vierde lid, van de Gezinsherenigingsrichtlijn.
De Afdeling vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank voor zover het de minister opdroeg binnen 90 dagen een besluit te nemen en verving deze termijn door een systeem van flexibele termijnen variërend van vier tot twintig weken, afhankelijk van of de minister gelegenheid tot herstel van verzuimen en/of nader onderzoek aanbiedt. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de beslistermijn vervangen door flexibele termijnen, met een proceskostenvergoeding aan appellant.