ECLI:NL:RVS:2025:4803
Raad van State
- Hoger beroep
- P.H.A. Knol
- M. den Heyer
- V.V. Essenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen oordeel rechtbank over niet tijdig beslissen handhavingsverzoek verkeersbesluit
Op 31 mei 2021 stelde een belanghebbende het college van burgemeester en wethouders van Doetinchem in gebreke vanwege het niet tijdig nemen van een besluit op verzoeken om handhaving van een verkeersbesluit, het nemen van verkeersbesluiten en het verlenen van een omgevingsvergunning voor een Bed & Breakfast. De rechtbank oordeelde dat het college niet tijdig had beslist op het handhavingsverzoek en stelde dwangsommen vast.
Het college ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het verzoek om handhaving geen aanvraag is in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, omdat het verzoek feitelijke handelingen betreft, namelijk controles, en niet het nemen van een besluit. Hierdoor was de rechtbank onbevoegd om kennis te nemen van het beroep tegen het niet tijdig beslissen.
De Afdeling vernietigde het oordeel van de rechtbank over het niet tijdig beslissen, de opdracht tot het nemen van een besluit, de vernietiging van het besluit van 17 juni 2021 en de vaststelling van de dwangsom. Het beroep van de wederpartij tegen het besluit van 17 juni 2021 werd ongegrond verklaard, en het college was geen dwangsom verschuldigd. De rechtbank werd onbevoegd verklaard om van het beroep tegen het niet tijdig beslissen kennis te nemen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het beroep van wederpartij tegen het besluit van 17 juni 2021 wordt ongegrond verklaard; het college is geen dwangsom verschuldigd.