ECLI:NL:RVS:2025:4853
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en vervanging termijn besluit machtiging voorlopig verblijf
Betrokkenen hadden beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf. De rechtbank had het beroep gegrond verklaard en de minister opgedragen binnen een termijn tot 30 december 2025 een besluit te nemen.
Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en klaagde terecht dat de rechtbank een onjuiste beslistermijn had vastgesteld, namelijk 90 dagen vanaf het moment dat de minister de aanvraag inhoudelijk in behandeling neemt volgens het 'first in, first out'-principe. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat deze termijn in strijd is met artikel 8:55d van de Awb en de Gezinsherenigingsrichtlijn.
De Afdeling vernietigde daarom het deel van de uitspraak waarin de termijn van 30 december 2025 werd opgelegd en stelde nieuwe termijnen vast, variërend van vier tot twintig weken afhankelijk van de omstandigheden zoals herstel van verzuimen en nader onderzoek. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de termijn voor het besluit wordt vernietigd en vervangen door nieuwe termijnen variërend van vier tot twintig weken.