ECLI:NL:RVS:2025:4869
Raad van State
- Hoger beroep
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Vernietiging termijnbesluit machtiging voorlopig verblijf wegens strijd met Awb en richtlijn
Appellant stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en legde een beslistermijn van 90 dagen op, gerekend vanaf het moment dat de minister de aanvraag inhoudelijk in behandeling nam volgens het 'first in, first out'-principe.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat deze termijn in strijd is met de strekking van artikel 8:55d van de Algemene wet bestuursrecht en onvoldoende rechtsbescherming biedt conform artikel 5, vierde lid, van de Gezinsherenigingsrichtlijn. Daarom vernietigde de Afdeling het vonnis voor zover de rechtbank de minister opdroeg voor 30 september 2025 een besluit te nemen.
In plaats daarvan stelde de Afdeling een nieuwe termijn vast die varieert van vier tot twintig weken, afhankelijk van of de minister gelegenheid tot herstel van verzuimen en/of nader onderzoek aanbiedt. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de termijn voor besluitvorming wordt vervangen door een nieuwe termijn variërend van vier tot twintig weken.