ECLI:NL:RVS:2025:4872
Raad van State
- Hoger beroep
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Vernietiging termijnbesluit in hoger beroep tegen niet tijdig besluit machtiging voorlopig verblijf
Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf. De rechtbank verklaarde dit beroep gegrond en stelde een termijn van 90 dagen voor het nemen van het besluit, gerekend vanaf het moment van inhoudelijke behandeling volgens het 'first in, first out'-principe.
In hoger beroep klaagden appellanten terecht dat deze termijn in strijd is met artikel 8:55d van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en niet voldoet aan de rechtsbescherming die de Gezinsherenigingsrichtlijn beoogt. De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank voor zover het deze termijn oplegt.
De Afdeling vervangt de termijn door een flexibele regeling: vier weken na verzending van het vonnis, acht weken als herstel van verzuimen wordt aangeboden, zestien weken bij nader onderzoek, en twintig weken als beide mogelijkheden worden geboden. Tevens wordt de minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 907,00.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en nieuwe termijnen voor besluitvorming vastgesteld.