ECLI:NL:RVS:2025:4937
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking omgevingsvergunning voor bouw kantoor en magazijn na stagnatie bouw
Appellante is eigenaar van een perceel in Eindhoven waarop zij een kantoor met magazijn wil bouwen. Zij ontving in 2003 een omgevingsvergunning en in 2004 drie wijzigingen daarop. Hoewel zij met de bouw is begonnen, constateerde het college in 2019 dat de bouw al meer dan vijf jaar stil lag, met alleen een fundatie en gedeeltelijke stalen constructie.
Het college trok daarop in 2023 de omgevingsvergunningen in wegens het langdurig stilleggen van de bouw. Appellante maakte bezwaar en startte een beroep bij de rechtbank, dat ongegrond werd verklaard. In hoger beroep bij de Raad van State werd dit oordeel bevestigd.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college na belangenafweging terecht de vergunningen heeft ingetrokken. De nieuwe Omgevingswet, die per 1 januari 2024 in werking trad, is niet van toepassing op deze zaak. De Afdeling zag geen aanleiding het oordeel van de rechtbank te wijzigen en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de omgevingsvergunningen wordt bevestigd.