ECLI:NL:RVS:2025:4952
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- J.J.W.P. van Gastel
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunning voor vernieuwen en uitbreiden aanlegsteigers ondanks bezwaren natuur en ruimtelijk beeld
Het college van burgemeester en wethouders van De Fryske Marren verleende op 18 augustus 2021 een omgevingsvergunning aan appellante sub 1 voor het vernieuwen en uitbreiden van aanlegsteigers nabij haar restaurant in Terherne. Appellant sub 2 en anderen, eigenaren van nabijgelegen recreatiewoningen, maakten bezwaar tegen deze vergunning vanwege mogelijke negatieve effecten op natuurwaarden, het ruimtelijk beeld en de verkeersveiligheid.
De rechtbank oordeelde dat het college onvoldoende had gemotiveerd dat aan de planvoorschriften was voldaan en verklaarde het beroep van appellant sub 2 en anderen gegrond. Het college herzag daarop het besluit en verleende de vergunning opnieuw met nadere motivering. Zowel appellante sub 1 als appellant sub 2 en anderen stelden hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat het relativiteitsvereiste niet in de weg staat aan de beoordeling van de bezwaren van appellant sub 2 en anderen, omdat hun belangen bij het behoud van een goede leefomgeving worden geraakt. De Afdeling stelde vast dat het college onvoldoende had onderzocht in welke mate het gebruik van de steigers zou toenemen, waardoor de motivering over de impact op het ruimtelijk beeld en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden onvoldoende was. Echter, uit het ecologisch onderzoek bleek dat de uitbreidingen geen significant negatieve effecten op de vogelsoorten en natuurwaarden veroorzaken.
Verder oordeelde de Afdeling dat het college terecht had vastgesteld dat de verkeersveiligheid niet onevenredig wordt aangetast en dat het ruimtelijk beeld van het merengebied niet wordt geschaad. Het incidenteel hoger beroep van appellant sub 2 en anderen werd ongegrond verklaard wegens strijd met de goede procesorde. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van appellant sub 2 en anderen tegen het besluit van 31 januari 2023 ongegrond.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.