ECLI:NL:RVS:2025:4953
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- C.C.W. Lange
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhavingsverzoek tegen woonboten op gezoneerd industrieterrein Nijmegen
Het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen wees een handhavingsverzoek af dat was gericht tegen woonboten aan de Oostkanaaldijk, gelegen op een gezoneerd industrieterrein. De woonboten stonden in strijd met het bestemmingsplan, maar het college stelde dat zij op grond van artikel 8.2a, tweede lid, van de Wabo gelijkgesteld zijn met bouwwerken waarvoor een omgevingsvergunning is verleend.
De rechtbank verklaarde het beroep van de verzoekers ongegrond en stelde dat de Haven- en Kadeverordening 2016 niet van toepassing was op de woonboten. In hoger beroep bevestigde de Afdeling deze uitspraak en overwoog dat de woonboten inderdaad onder de werking van artikel 8.2a, tweede lid, van de Wabo vallen, omdat er voor 1 januari 2018 geen vergunningplicht op grond van een provinciale of gemeentelijke verordening gold.
Verder werd geoordeeld dat het evenredigheidsbeginsel niet leidt tot het buiten toepassing laten van deze wettelijke bepaling, mede vanwege het rechtszekerheids- en legaliteitsbeginsel. De Afdeling concludeerde dat het college onbevoegd was om handhavend op te treden en bevestigde het bestreden vonnis. De verzoekers kregen geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd; handhaving tegen de woonboten is niet mogelijk.