ECLI:NL:RVS:2025:4987
Raad van State
- Hoger beroep
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen niet tijdig besluit mvv-aanvraag
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) te verlenen. De rechtbank heeft dit beroep gegrond verklaard en bepaald dat de minister vóór 30 november 2025 een besluit moet nemen, met een dwangsom bij overschrijding.
Tegen deze uitspraak is hoger beroep ingesteld. Tijdens het hoger beroep heeft de minister alsnog een mvv verleend aan appellant, waardoor het belang bij het hoger beroep is komen te vervallen. De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk.
Desondanks beoordeelt de Afdeling of de minister moet worden veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten. Gezien het feit dat de minister aan appellant is tegemoetgekomen door het verlenen van de mvv, wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten, waarbij een wegingsfactor van 0,5 wordt toegepast.
De Afdeling veroordeelt de minister tot betaling van € 453,50 aan proceskosten, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Het vonnis is uitgesproken door een enkelvoudige kamer op 16 oktober 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.