ECLI:NL:RVS:2025:5013
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van bewaring vreemdeling en afwijzing beroep tegen bewaring
Bij besluit van 27 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld. Appellant stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 18 september 2025 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Appellant betoogde onder meer dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de vreemdelingenrechter het strafrechtelijk voortraject van de bewaring niet mag toetsen. De Afdeling verwierp dit betoog en bevestigde de vaste rechtspraak dat de vreemdelingenrechter niet bevoegd is om de rechtmatigheid van het strafrechtelijk voortraject te toetsen, tenzij een bevoegde rechter de onrechtmatigheid daarvan heeft vastgesteld.
Verder wees de Afdeling het verzoek om prejudiciële vragen af, omdat beantwoording daarvan niet nodig was voor de oplossing van de zaak. De Afdeling zag ook geen aanleiding om de bewaring ambtshalve onrechtmatig te achten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de rechtmatigheid van de bewaring en verklaart het hoger beroep ongegrond.