ECLI:NL:RVS:2025:5059
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verlofaanvraag op grond van specifieke aard van het beroep
Verzoeker diende een aanvraag in voor verlof van haar kind gedurende 10 tot en met 21 juni 2024 vanwege haar seizoensgebonden werkzaamheden in de horeca, waardoor zij geen verlof kon opnemen in de reguliere zomervakantie. De directeur van basisschool PassePartout wees dit verzoek af, stellende dat geen sprake was van onoverkomelijke bedrijfseconomische problemen bij verlofverlening.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van verzoeker gegrond en vernietigde het besluit, maar de directeur stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Raad van State oordeelde dat het besluit van de directeur zorgvuldig was voorbereid en voldoende gemotiveerd, en dat verzoeker onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat haar afwezigheid tot onoverkomelijke bedrijfseconomische problemen zou leiden.
Verder werd geoordeeld dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel niet slaagt omdat verzoeker geen concrete vergelijkbare gevallen had aangedragen. Ook was de directeur niet gehouden verzoeker vooraf te horen over algemene informatie die werd betrokken bij het besluit. De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond, waarbij het besluit van 3 juli 2024 eveneens werd vernietigd.
Uitkomst: Het beroep van verzoeker wordt ongegrond verklaard en het besluit van de directeur gehandhaafd.