ECLI:NL:RVS:2009:BJ8909
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- C.J.M. Schuyt
- B.P. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlofverzoek voor vakantie buiten schoolvakantie wegens niet-seizoensgebonden beroep
De appellant verzocht om verlof voor zijn kinderen om zes schooldagen vrij te krijgen vanwege vakantie buiten de reguliere schoolvakanties, omdat hij als mede-eigenaar van een zonweringsbedrijf specifieke taken vervult die niet door anderen kunnen worden overgenomen in de periode maart tot en met augustus. De directeur van de Vereniging van scholen met de Bijbel wees dit verzoek af, omdat het beroep van de appellant niet onder seizoensgebonden arbeid valt.
De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep van de appellant ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State deze uitspraak. De Raad oordeelde dat de specifieke aard van het beroep slechts een zeer beperkte categorie beroepen betreft, zoals seizoensgebonden werkzaamheden in sectoren met een piekproductie in de zomermaanden. De omzetgegevens van het bedrijf van appellant toonden weliswaar een hogere omzet in de zomermaanden, maar dit rechtvaardigde niet de conclusie dat het onmogelijk is om tijdens de schoolvakanties vakantie te nemen.
De Raad stelde dat het niet aannemelijk is dat een vakantie van veertien aaneengesloten dagen tijdens de schoolvakantie tot onoverkomelijke bedrijfseconomische problemen leidt. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om verlof voor vakantie buiten de schoolvakantie is afgewezen en het hoger beroep ongegrond verklaard.