ECLI:NL:RVS:2025:5068
Raad van State
- Hoger beroep
- J.F. de Groot
- B.P.M. van Ravels
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing handhavingsbesluiten en dwangsombesluit rondom stempelconstructie en stabiliteit gebouwen in Amsterdam
Appellant, mede-eigenaar van een perceel in Amsterdam, verzocht het college om handhavend op te treden tegen de eigenaren van aangrenzende gebouwen wegens vermeende bouwtechnische overtredingen. Het college wees dit verzoek af en legde appellant een dwangsom op voor het verwijderen van gebroken balken/stempels op zijn perceel. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant tegen deze besluiten ongegrond.
Appellant voerde onder meer aan dat de besluiten onzorgvuldig waren voorbereid, dat het college onterecht niet handhaafde tegen het dakterras, en dat de stabiliteit van het aangrenzende gebouw niet voldeed aan wettelijke normen. De Afdeling oordeelde dat de bezwaarschriftencommissie correct was samengesteld, het college terecht handhaafde op grond van de Woningwet en Bouwverordening, en dat het onderzoek naar de stabiliteit van het gebouw voldoende was.
De Afdeling bevestigde dat de stempelconstructie een bouwwerk is en dat appellant als aanbrenger daarvan verantwoordelijk is voor het waarborgen van veiligheid. Ook oordeelde zij dat de last onder dwangsom voldoende duidelijk was omschreven. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.