ECLI:NL:RVS:2022:509
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- C.C.W. Lange
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke bevestiging van onrechtmatigheid last onder dwangsom voor vaartocht zonder vergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde appellant een last onder dwangsom op wegens het zonder vergunning verzorgen van vaartochten op het Amsterdamse binnenwater. Dit volgde op een rapport van Hoffmann Bedrijfsrecherche, die een vaartocht had afgenomen waarbij appellant korte tijd als schipper aanwezig was. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond en vernietigde het besluit van het college.
Het college stelde in hoger beroep dat appellant als pleger of medepleger moest worden aangemerkt, omdat hij betrokken was bij de vaartocht en ervan op de hoogte was dat er een betaling werd ontvangen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat appellant geen betaling of vergoeding had ontvangen en dat het college onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat appellant wist van de betaling.
De Afdeling bevestigde dat appellant niet als overtreder kan worden aangemerkt en dat de last onder dwangsom onrechtmatig is. Het hoger beroep van het college werd ongegrond verklaard en het college werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom tegen appellant wordt bevestigd als onrechtmatig.