ECLI:NL:RVS:2025:5096
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning functiewijziging bijgebouw tot zelfstandige bewoning ondanks strijd bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Hollands Kroon verleende een omgevingsvergunning voor het gebruik van een bijgebouw als zelfstandige woning op een perceel waar volgens het bestemmingsplan slechts één woning is toegestaan. De vergunning was in strijd met het bestemmingsplan "Westerland 3". De rechtbank Noord-Holland verklaarde het beroep van de aanwonende appellant ongegrond en de appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het vertrouwensbeginsel bij de vergunningverlening door het college was toegepast, omdat het college eerdere toezeggingen had gedaan aan de vergunninghouder. De appellant kon niet worden gehouden aan de eerdere uitspraak waarin het vertrouwensbeginsel was bevestigd, omdat hij geen partij was in die procedure. De Afdeling liet bezwaren over een dakkapel en handhavingskwesties buiten beschouwing omdat deze niet relevant waren voor de omgevingsvergunning.
De appellant voerde aan dat het bijgebouw ook op andere punten in strijd was met het bestemmingsplan en dat de belangenafweging onvoldoende was gemaakt, met name vanwege mogelijke overlast en precedentwerking. De Afdeling oordeelde dat de vergunning alleen betrekking had op het gebruik en niet op de bouw, en dat de belangen van de appellant onvoldoende zwaarwegend waren om het gerechtvaardigd vertrouwen van de vergunninghouder te doorbreken.
De Afdeling bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Het college werd niet veroordeeld tot proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de omgevingsvergunning en verklaart het hoger beroep ongegrond.