ECLI:NL:RVS:2025:513
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Vergunningplicht woningvorming in Den Haag ook van toepassing op woningen in hogere prijsklasse
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag wees een aanvraag voor een woningvormingsvergunning af voor het verbouwen van een pand tot drie zelfstandige woonruimten. De aanvraag betrof een woning in het Transvaalkwartier, een gebied met een vergunningplicht volgens de Huisvestingsverordening Den Haag 2019. De rechtbank oordeelde dat de vergunningplicht niet van toepassing was op woningen in het hogere segment en vernietigde het besluit tot weigering.
Het college stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte was uitgegaan van de koopsom in plaats van de WOZ-waarde en dat de grenzen van de prijssegmenten geïndexeerd moesten worden. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde dat de WOZ-waarde met peildatum 1 januari 2020 leidend is en dat de woning in het hogere segment valt. Tevens oordeelde de Afdeling dat de vergunningplicht noodzakelijk en geschikt is om de schaarste aan woonruimte te bestrijden, ook in het hogere segment.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van het college gegrond, waardoor het college het bezwaar tegen de weigering van de vergunning terecht ongegrond had verklaard. De proceskosten van het hoger beroep worden niet aan het college toegekend, maar het college moet wel de proceskosten van de eerdere procedure vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van het college wordt gegrond verklaard en het bezwaar tegen de weigering van de woningvormingsvergunning wordt terecht ongegrond verklaard.