ECLI:NL:RVS:2025:5139
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging termijnbesluit mvv-aanvraag en aanpassing beslistermijn minister
Appellant en referent hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) te verlenen. De rechtbank had het beroep gegrond verklaard en de minister opgedragen binnen een termijn van 30 juli 2026 een besluit te nemen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de door de rechtbank opgelegde beslistermijn van 90 dagen, gerekend vanaf het moment dat de minister de aanvragen inhoudelijk in behandeling neemt volgens het 'first in, first out'-principe, in strijd is met artikel 8:55d van de Algemene wet bestuursrecht en niet voldoet aan de rechtsbescherming van artikel 5, vierde lid, van de Gezinsherenigingsrichtlijn. Daarom vernietigt de Afdeling deze termijn en stelt zij een nieuwe, flexibele termijn vast afhankelijk van de omstandigheden.
Daarnaast verzoekt appellant om een voorlopige voorziening om met haar kinderen naar Nederland te mogen komen en te verblijven totdat de minister een besluit neemt. Gezien de onomkeerbare gevolgen wijst de Afdeling dit verzoek af.
Tot slot veroordeelt de Afdeling de minister tot vergoeding van de proceskosten van appellant, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De Afdeling vernietigt de beslistermijn van de rechtbank en stelt een nieuwe termijn vast voor het nemen van het besluit op de mvv-aanvraag.