AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure
Verzoeker diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die op 5 juni 2024 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van verzoeker gegrond en vernietigde het besluit, waarna de minister hoger beroep instelde. De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 31 oktober 2025 een voorlopige voorziening getroffen.
De voorzieningenrechter overwoog dat het hoger beroep nader onderzoek vereist, dat in deze voorlopige voorzieningsprocedure niet goed kan worden verricht. Daarom werd bepaald dat verzoeker niet wordt uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, die geheel toerekenbaar zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze uitspraak biedt verzoeker bescherming tegen uitzetting gedurende de duur van de beroepsprocedure en benadrukt het belang van een zorgvuldige beoordeling van asielaanvragen in het bestuursrecht.
Uitkomst: Verzoeker mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de minister moet proceskosten vergoeden.
Uitspraak
202404816/3/V2.
Datum uitspraak: 31 oktober 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 vanPro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[verzoeker],
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 26 juli 2024 in zaak nr. NL24.23515 in het geding tussen:
verzoeker
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 5 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij uitspraak van 26 juli 2024 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak.
Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld.
Bij uitspraak van 21 augustus 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3427, heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling het verzoek van de minister dat zij geen uitvoering hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist, toegewezen.
Bij besluit van 27 augustus 2025 heeft de minister de aanvraag van verzoeker buiten behandeling gesteld.
Verzoeker heeft hiertegen bij de rechtbank beroep ingesteld en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De rechtbank heeft het beroepschrift en het verzoekschrift ter behandeling aan de Afdeling doorgezonden.
Overwegingen
1. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat hij niet wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist.
2. In het licht van de zitting die de Afdeling op 19 november 2025 zal houden over het vestigingsalternatief Bamako in Mali, vergt het hoger beroep nader onderzoek, waarvoor deze procedure zich niet goed leent. Daarom treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening.
3. De minister moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat verzoeker niet wordt uitgezet, totdat op het door hem ingestelde hoger beroep is beslist;
II. veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij verzoeker in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 907,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. J. Schipper-Spanninga, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. N. Tibold, griffier.