ECLI:NL:RVS:2025:5263
Raad van State
- Hoger beroep
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel opgelegd door de minister van Asiel en Migratie
Op 3 november 2025 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan in een hoger beroep van appellant tegen een besluit van de minister van Asiel en Migratie. Dit besluit, genomen op 16 november 2024, hield in dat appellant een vrijheidsontnemende maatregel werd opgelegd. De rechtbank Den Haag had op 13 december 2024 het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Appellant, vertegenwoordigd door mr. S.L. Sarin, heeft hiertegen hoger beroep ingesteld.
In de overwegingen van de Raad van State werd vastgesteld dat de eerste en tweede grief van appellant niet gericht waren tegen de uitspraak van de rechtbank. De derde grief leidde niet tot vernietiging van de uitspraak, omdat het hogerberoepschrift geen vragen bevatte die relevant waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Raad van State oordeelde dat er geen reden was om de grensdetentie onrechtmatig te achten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. De minister werd niet verplicht om proceskosten te vergoeden.
De uitspraak werd gedaan door mr. M.J.M. Ristra-Peeters, lid van de enkelvoudige kamer, in aanwezigheid van griffier mr. S. Nederhoff. De uitspraak vond plaats in het openbaar op 3 november 2025.