ECLI:NL:RVS:2025:5277
Raad van State
- Verzet
- R. Uylenburg
- M. Soffers
- M.M. Kaajan
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen afwijzing herzieningsverzoek op grond van nieuwe wetenschappelijke inzichten
In deze zaak heeft de opposant verzet ingesteld tegen de uitspraak van 30 juli 2025, waarin zijn verzoek om herziening van een eerdere uitspraak werd afgewezen. De opposant stelde dat de Afdeling een onjuiste interpretatie gaf aan artikel 8:119 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en dat een recente wetenschappelijke publicatie wel degelijk een grond voor herziening kon vormen.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het verzet behandeld en geoordeeld dat het verzoek om herziening terecht als kennelijk ongegrond was afgewezen. De Afdeling benadrukte dat herziening slechts mogelijk is onder strikte voorwaarden die cumulatief moeten worden vervuld, mede om rechtszekerheid te waarborgen. De publicatie waarop de opposant zich beroept, dateert van na de zitting maar net voor de uitspraak, en kan daarom niet als nieuw feit worden aangemerkt dat tot herziening leidt.
Verder oordeelde de Afdeling dat het verzoek feitelijk neerkomt op een hernieuwde behandeling van het geschil, hetgeen niet de bedoeling is van het bijzondere rechtsmiddel van herziening. De Afdeling wees het verzet daarom af en beëindigde de behandeling van het herzieningsverzoek.
Uitkomst: Het verzet tegen de afwijzing van het herzieningsverzoek wordt ongegrond verklaard en het verzoek om herziening wordt niet ingewilligd.