ECLI:NL:RVS:2025:5296

Raad van State

Datum uitspraak
31 oktober 2025
Publicatiedatum
5 november 2025
Zaaknummer
202407885/1/A2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:67 AwbArt. 6:2 AwbArt. 6:7 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bestuursrechter bevestigt afwijzing dwangsom wegens tijdig beslissen bezwaar waterschap

Het dagelijks bestuur van het waterschap Aa en Maas wees het verzoek van appellant om een dwangsom toe te kennen wegens niet tijdig beslissen af. Appellant had het waterschap op 24 juni 2023 in gebreke gesteld omdat het nog niet op zijn bezwaar had beslist. Het waterschap ontving deze ingebrekestelling op 29 juni 2023 en besloot alsnog binnen twee weken, op 12 juli 2023, op het bezwaar. Dit besluit werd per e-mail aan appellant gestuurd, maar zonder beroepsclausule. Op 13 juli 2023 werd het besluit opnieuw per e-mail verzonden, ditmaal mét beroepsclausule.

De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het beroep van appellant tegen het besluit van 21 november 2023, waarin het bezwaar ongegrond werd verklaard, ongegrond. Appellant stelde dat het besluit op bezwaar niet correct was bekendgemaakt omdat het per e-mail was verzonden en een e-mail volgens hem geen besluit kon zijn. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgde de rechtbank en oordeelde dat een e-mail wel als besluit kan worden gekwalificeerd volgens vaste rechtspraak.

De Afdeling concludeerde dat het waterschap na ontvangst van de ingebrekestelling binnen de wettelijke termijn van twee weken had beslist en dat daardoor geen dwangsom is verbeurd. Hoewel de opvolgende e-mailwisselingen als onduidelijk werden ervaren door appellant, verandert dit niets aan de rechtmatigheid van de bekendmaking. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het waterschap hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het waterschap heeft tijdig en rechtsgeldig beslist op het bezwaar.

Uitspraak

202407885/1/A2.
Datum uitspraak: 31 oktober 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:
[appellant], wonend in [woonplaats],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Oost­Brabant van 1 november 2024 in zaak nr. 23/3310 in het geding tussen:
[appellant]
en
het dagelijks bestuur van het waterschap Aa en Maas
(hierna: het waterschap).
Openbare zitting gehouden op 31 oktober 2025 om 13:00 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. C.H. Bangma, lid van de enkelvoudige kamer;
griffier: mr. A.J.Q. Oskam.
Verschenen:
[appellant];
het waterschap, vertegenwoordigd door mr. M.H. Zuidema en mr. E.H.J. van Laarhoven.
====================================
Bij besluit van 14 juli 2023 heeft het waterschap het verzoek van [appellant] om toekenning van een dwangsom wegens niet tijdig beslissen afgewezen.
Bij besluit van 21 november 2023 heeft het waterschap het daartegen door [appellant] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 1 november 2024 van de rechtbank Oost­Brabant, waarin het beroep van [appellant] tegen het besluit van 21 november 2023 ongegrond is verklaard.
Beslissing
De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Motivering
1.       [appellant] heeft het waterschap op 24 juni 2023 in gebreke gesteld, omdat het waterschap nog niet had beslist op zijn bezwaar. De ingebrekestelling is door het waterschap ontvangen op 29 juni 2023. Bij besluit van 12 juli 2023 heeft het waterschap alsnog beslist op het bezwaar van [appellant]. Dit besluit is per e-mail aan [appellant] gestuurd. Omdat het waterschap vergeten was om hierin een beroepsclausule op te nemen, heeft het waterschap op 13 juli 2023 nogmaals het besluit op bezwaar aan [appellant] gestuurd, deze keer mét beroepsclausule.
2.       De rechtbank is van oordeel dat het waterschap geen dwangsommen heeft verbeurd. Na ontvangst van de ingebrekestelling heeft het waterschap namelijk alsnog binnen twee weken beslist op het bezwaar van [appellant].
3.       [appellant] is het met dit oordeel niet eens. Hij stelt dat het besluit op bezwaar niet correct is bekendgemaakt en daardoor niet in werking is getreden, omdat het besluit per e-mail aan hem is verzonden. Een e-mail als zodanig kan geen besluit zijn, aldus [appellant].
4.       De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het waterschap geen dwangsommen heeft verbeurd. De Afdeling stelt op basis van de stukken in het dossier vast dat [appellant] op 12 juli 2023 per e-mail het besluit zonder beroepsclausule heeft ontvangen en op 13 juli per e-mail het besluit mét beroepsclausule. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling (uitspraak van 9 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3382) kan, anders dan [appellant] betoogt, een e-mail ook als besluit worden gekwalificeerd. Het waterschap heeft na de ingebrekestelling dus binnen de termijn van twee weken beslist. Dat betekent dat het waterschap geen dwangsommen heeft verbeurd. De Afdeling begrijpt dat de opvolgende mailwisseling door [appellant] als onduidelijk is ervaren, maar dat betekent niet dat het oordeel van de rechtbank dat de beslissing op bezwaar op de juiste wijze is bekendgemaakt niet klopt. Het betoog slaagt niet.
5.       Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
6.       Het waterschap hoeft geen proceskosten te vergoeden.
w.g. Bangma
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Oskam
griffier
1067