ECLI:NL:RVS:2025:5296
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechter bevestigt afwijzing dwangsom wegens tijdig beslissen bezwaar waterschap
Het dagelijks bestuur van het waterschap Aa en Maas wees het verzoek van appellant om een dwangsom toe te kennen wegens niet tijdig beslissen af. Appellant had het waterschap op 24 juni 2023 in gebreke gesteld omdat het nog niet op zijn bezwaar had beslist. Het waterschap ontving deze ingebrekestelling op 29 juni 2023 en besloot alsnog binnen twee weken, op 12 juli 2023, op het bezwaar. Dit besluit werd per e-mail aan appellant gestuurd, maar zonder beroepsclausule. Op 13 juli 2023 werd het besluit opnieuw per e-mail verzonden, ditmaal mét beroepsclausule.
De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het beroep van appellant tegen het besluit van 21 november 2023, waarin het bezwaar ongegrond werd verklaard, ongegrond. Appellant stelde dat het besluit op bezwaar niet correct was bekendgemaakt omdat het per e-mail was verzonden en een e-mail volgens hem geen besluit kon zijn. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgde de rechtbank en oordeelde dat een e-mail wel als besluit kan worden gekwalificeerd volgens vaste rechtspraak.
De Afdeling concludeerde dat het waterschap na ontvangst van de ingebrekestelling binnen de wettelijke termijn van twee weken had beslist en dat daardoor geen dwangsom is verbeurd. Hoewel de opvolgende e-mailwisselingen als onduidelijk werden ervaren door appellant, verandert dit niets aan de rechtmatigheid van de bekendmaking. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het waterschap hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het waterschap heeft tijdig en rechtsgeldig beslist op het bezwaar.