ECLI:NL:RVS:2025:5310
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J. Gundelach
- N.H. van den Biggelaar
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep intrekking natuurvergunning Perkpolder wegens vervallen procesbelang
De Stichting Schone Polder heeft verzocht om intrekking van de natuurvergunning die op 13 december 2016 aan de rechtsvoorganger van Waterzande B.V. is verleend voor de gebiedsontwikkeling Perkpolder. Deze vergunning betrof de bouw van 250 woningen, een hotel en een golfbaan. De aanlegfasevergunning was geldig tot 31 december 2024, daarna gold de vergunning voor onbepaalde tijd voor het gebruik van de gerealiseerde objecten.
De bouw was gestart vóór het verstrijken van de aanlegfasevergunning, maar op 31 december 2024 waren nog geen vergunde objecten gerealiseerd. Het college van gedeputeerde staten heeft daarop gedoogbesluiten genomen om de voortzetting van de bouw en het gebruik van de woningen mogelijk te maken, vooruitlopend op een nieuwe omgevingsvergunning voor een gewijzigde uitvoering van het project.
De Afdeling oordeelt dat het procesbelang van de Stichting is vervallen omdat intrekking van de oude natuurvergunning geen effect meer heeft op de voortzetting van de bouw en het gebruik van de woningen, die nu op grond van gedoogbesluiten plaatsvinden. Daarom is het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Wel is een schadevergoeding van € 2.000 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn van meer dan 1,5 jaar, en zijn proceskosten van € 453,50 aan de Stichting toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens vervallen procesbelang en de Stichting krijgt een schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn.