ECLI:NL:RVS:2025:5389

Raad van State

Datum uitspraak
6 november 2025
Publicatiedatum
6 november 2025
Zaaknummer
BRS.25.001835
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen voorgenomen overdracht in asielprocedure

Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie op 7 oktober 2025 niet in behandeling is genomen. Verzoeker stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 30 oktober 2025 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde verzoeker hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 6 november 2025 bij wijze van ordemaatregel bepaald dat de voorgenomen overdracht van verzoeker op 7 november 2025 niet zal plaatsvinden. Dit omdat de termijn voor het hoger beroep nog niet verstreken was, waardoor het belang van verzoeker om niet overgedragen te worden werd erkend.

Daarnaast is de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, een bedrag van €907,00, welke geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd in het openbaar gedaan en is een voorlopige maatregel in afwachting van de verdere behandeling van het hoger beroep.

Uitkomst: De voorgenomen overdracht van verzoeker op 7 november 2025 blijft achterwege en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.

Uitspraak

BRS.25.001835
Datum uitspraak: 6 november 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[verzoeker],
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 30 oktober 2025 in zaak nr. NL25.48831 in het geding tussen:
[verzoeker]
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 7 oktober 2025 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 30 oktober 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.        Verzoeker heeft op 5 november 2025 hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 30 oktober 2025 en de voorzieningenrechter verzocht bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat zijn voorgenomen overdracht op 7 november 2025 om 11.00 uur achterwege blijft. Alleen al omdat de hogerberoepstermijn nog niet is verstreken, treft de voorzieningenrechter bij wijze van ordemaatregel een voorlopige voorziening. Nadat de termijn is verstreken, zal de voorzieningenrechter uitspraak doen op het resterende deel van het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening.
2.        De minister moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        treft bij wijze van ordemaatregel de voorlopige voorziening dat de voorgenomen overdracht van verzoeker op 7 november 2025 achterwege blijft;
II.        veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij verzoeker in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 907,00 geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld mr. V.V. Essenburg, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. S.P.M. Zwinkels, griffer.
w.g. Essenburg
voorzieningenrechter
w.g. Zwinkels
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 6 november 2025
309-1127