ECLI:NL:RVS:2025:5444
Raad van State
- Hoger beroep
- J.M. Willems
- H.J.M. Besselink
- J.F. de Groot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging tegemoetkoming planschade en vergoeding immateriële schade wegens termijnoverschrijding
De zaak betreft een hoger beroep van Zalmhaven tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam die het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam verplichtte aan [partij] een tegemoetkoming in planschade van €15.700 te betalen, vermeerderd met wettelijke rente. [partij] is eigenaar van een appartement nabij het bouwgebied waar het bestemmingsplan 'Gedempte Zalmhaven' nieuwe hoogbouw toestaat, wat volgens haar de waarde van haar appartement heeft doen dalen.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep van Zalmhaven ongegrond verklaard. Zij oordeelt dat het STAB-rapport en het taxatierapport van De la Court zorgvuldig en onafhankelijk zijn opgesteld en dat de rechtbank terecht is uitgegaan van het planologisch nadeel en het normaal maatschappelijk risico van 4%. De bezwaren van Zalmhaven over het ontbreken van een eigen taxateur bij de opname en over de hoogte van de planschade zijn niet gegrond bevonden.
Daarnaast is vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van de gehele procedure is overschreden met ongeveer vijf maanden, waarvoor de Staat der Nederlanden aan [partij] een vergoeding van €500 toekomt. Ook worden proceskosten van €453,50 vergoed. De Afdeling bevestigt hiermee de eerdere uitspraak en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de tegemoetkoming in planschade van €15.700 wordt bevestigd, met een immateriële schadevergoeding van €500 wegens overschrijding van de redelijke termijn.